Tien gouden regels voor suikerpatiënten
- Eet gezond en evenwichtig
Een optimale behandeling van de ziekte vereist een evenwichtige en afwisselende voeding. Vermindering van het vetverbruik is voor diabetici des te belangrijker omdat zij een groter risico lopen op aderverkalking. Belangrijk is ook dat je je alcoholverbruik matigt. Alcohol vergroot namelijk de kans op een hypo en alcoholische dranken bevatten vaak veel suiker.
- Beweeg voldoende
Het heeft een enorm gunstig effect op je hart- en bloedvaten en op je bloedsuikerspiegel. Dagelijks een halfuurtje bewegen doet al wonderen.
- Zorg dat je altijd een beetje suiker bij de hand hebt
Bij een hypo is een snelle inname van ‘snelle suikers’ noodzakelijk. Een hypo kan op die manier snel en doeltreffend worden opgevangen.
- Respecteer je medicatie
Indien je je medicatieschema niet respecteert, vergroot je de kans op het ontstaan van verwikkelingen op korte termijn (hypo/hyper) en op lange termijn (oogschade, nierschade, diabetische voet, aderverkalking).
- Oogcontrole: jaarlijks oogonderzoek
Slecht geregelde diabetes kan op termijn voor oogproblemen zorgen. Het eerste stadium (waarin je zelf nog niets merkt!), kan de oogarts opmerken wanneer hij met een lichtje in het oog kijkt. Vandaar het belang van een jaarlijks oogonderzoek!
- Stop met roken
Roken is zeer schadelijk voor de gezondheid. Dat geldt voor iedereen maar zeker voor diabetespatiënten die sowiezo al gevaar lopen voor onder meer vaatcomplicaties. De combinatie van roken en diabetes is dan ook bijzonder slecht voor de kleine en grote slagaders.
- Niercontrole: jaarlijks urineonderzoek
De nieren kunnen op termijn eveneens worden aangetast als de diabetes niet goed onder controle wordt gehouden. Nieraantasting voel je niet aankomen. Een jaarlijks urineonderzoek kan dit probleem tijdig opsporen.
- Dagelijkse voetcontrole
Voetafwijkingen komen bij diabetici buitengewoon vaak voor. Dagelijks de voeten inspecteren is dan ook zeer belangrijk!
- Laat je jaarlijks vaccineren tegen griep
Diabetici hebben bij griep een verhoogd risico op griepcomplicaties zoals longontsteking. De infectie zorgt er eveneens voor dat je bloedsuikerspiegel minder goed controleerbaar wordt. Diabetici wordt dus aangeraden zich jaarlijks te laten vaccineren tegen griep.
- Mondhygiëne: halfjaarlijks bezoek aan de tandarts
Mensen met diabetes hebben 2x zoveel kans op tandvleesaandoeningen als mensen zonder diabetes. Een halfjaarlijks bezoek aan de tandarts is dus aan te raden.
Correct 'zelf meten' van bloedsuiker
Volg volgende tips om een correct resultaat te verkrijgen van je bloedsuikermeter:
- was vooraf je handen met warm water en laat ze goed drogen. Door de warmte krijg je een betere doorbloeding in de vingertoppen.
- Laat je handen ongeveer een minuut langs je lichaam naar beneden hangen, zodat er extra bloed in stroomt.
- Prik bij voorkeur in je middel- of ringvinger. De wijsvinger en duim gebruik je veel meer en daardoor zal je ook een klein wondje eerder voelen.
- Wrijf met een lichte druk van je handpalm naar de vingertop.
- Prik bij voorkeur aan de zijkant van de vingertop; daar zit het meeste bloed en is de gevoeligheid het kleinst.
- Wacht tot de druppel groot genoeg is en breng deze dan aan. Een te kleine druppel kan een onnauwkeurig meetresultaat veroorzaken.
- Als er teveel of te weinig bloed vrijkomt, kan je bij de volgende prik de prikdiepte van de prikker aanpassen.
- Let op de houdbaarheidsdatum en de plaats waar je de teststroken bewaart. Sluit telkens de flacon af en bewaar deze in een droge ruimte. Als de teststroken in een flacon zonder deksel een nacht in de badkamer staan, zullen de gemeten resultaten niet langer betrouwbaar zijn.
- Bij elke nieuwe verpakking teststrips moet de meter opnieuw geijkt worden. Dit doe je met de meegeleverde ijkstrip of door het codenummer (op de verpakking van de nieuwe teststrips) te controleren met de waarde die op het afleesscherm van uw meter staat.
Instructies voor juist insulinegebruik
Enkele instructies voor juist insulinegebruik:
- Bewaring: ongeopende verpakkingen van insuline kan je ten minste drie jaar bewaren als je ze op een koele plaats (tussen 2 en 8°C) legt. Voor alle insulines geldt dat ze niet mogen bevriezen. Wanneer een cartouche in een pen is gebracht, kan je deze tot 4 weken erna gebruiken en bewaren op kamertemperatuur. Een insulinepreparaat dat in gebruik is, leg je zelfs beter niet telkens opnieuw in de koelkast. Zo vermijd je temperatuurschommelingen.
- Toediening: insuline moet je subcutaan (= onder de huid) toedienen in je arm, been, bil of buik. Sommige insulinevormen zijn troebel van uitzicht. Bij deze moet je de flacon of pen ten minste 10 maal zwenken voor inspuiting. Als je dit niet doet zal er een groot verschil zijn in effect tussen de eerste en de laatste milliliters van de gebruikte flacon. Bij de inspuiting moet je na volledig indrukken van de spuit 5 tot 10 seconden wachten voordat je de naald terugtrekt. Zo ben je zeker dat je alle eenheden heb ingespoten.
- Wisselen van injectieplaats: voor het toedienen van insuline kan je beter telkens een nieuwe injectieplaats kiezen. Ontsmetten van de injectieplaats met een ontsmettingsmiddel is niet nodig. Insuline is steriel bereid en heeft zelf op zich reeds een ontsmettende werking.
- Naaldlengte: de huiddikte van de buik, armen en benen varieert, hierdoor kan het nuttig zijn dat je de lengte van de gebruikte naald aanpast. Deze kan je bepalen door in het spuitgebied een losse huidplooi tussen je duim en vinger te nemen en de dikte ervan te beoordelen. Meestal worden naaldjes van 8 mm gebruikt. Als je naaldjes van 6 mm gebruikt moet je er extra op letten om goed loodrecht op de huid in te spuiten.
- Naalddikte: tegenwoordig zijn alle naaldjes behoorlijk fijn waardoor praktisch pijnloos insuline kan worden toegediend.
- Wisselen van de naald: er wordt aanbevolen voor iedere inspuiting een nieuwe naald te gebruiken. Maar bij meerdere inspuitingen per dag is het gebruik van één naald per dag geen probleem.
Als diabetespatiënt op reis
Diabetes hebben betekent niet dat je thuis moet blijven! Er zijn zoveel manieren om comfortabel en gemakkelijk te reizen, dat diabetes geen belemmering hoeft te zijn. Net als mensen met astma of een hartafwijking moet je echter wel voorzorgsmaatregelen treffen. Misschien moet je de controle van je bloedsuiker aanpassen, of je schema voor de maaltijden en insuline, zeker als je tijdzones overschrijdt.
Uiteraard kan je op reis altijd nog op problemen stuiten, hoe goed je je ook voorbereidt. Wat moet je doen als de trein een defect krijgt of het eten in het vliegtuig niet op tijd wordt geserveerd? Volg deze tips voor een voorspoedige reis:
- zorg voor een schriftelijke verklaring van je arts, in de aangepaste taal, waarop je medicatie staat en eventuele andere zaken waarmee rekening moet worden gehouden.
- test je bloedsuiker regelmatig
- Spuit je insuline voor het eten pas als je zeker weet dat je iets zult kunnen eten. Neem altijd een tussendoortje voor noodgevallen mee dat voedzaam is en voldoende energie levert. Een goed voorbeeld hiervan zijn crackers met kaas, een mueslireep of gedroogd fruit en noten. Neem ook altijd een vorm van snelwerkende glucose mee (suikerklontjes of glucosetabletten) voor het geval je een lage bloedsuiker hebt.
- Wanneer je verre reizen maakt, krijg je te maken met tijdsverschillen. Gedurende de reisperiode kan je je bloedsuiker best bijregelen met kortwerkende insuline en iedere 3 uur je bloedsuiker meten. Wanneer je tijdzones passeert, zet dan onmiddellijk bij aankomst je horloge op lokale tijd en vervolg je insulineschema zoals je thuis gewend was. Bespreek vooraf een schema met je arts en/of diabetesverpleegkundige.
- Hou op reis altijd je medicatie, insuline, injectiemateriaal en benodigdheden voor het testen van je glucose in uw handbagage. Zorg er ook voor dat je een identificatiebewijs bij je hebt, met je naam, de naam en telefoonnummer van je arts en/of verpleegkundige.
- Zorg ervoor dat je eventuele vaccinaties tijdig krijgt, omdat je diabetes er korte tijd ontregeld van kan zijn.
- Neem twee keer zoveel insuline en testmateriaal mee als je denkt nodig te hebben. Op sommige plaatsen is het moeilijk om diabetesmateriaal te vinden.
- Vergeet de extra batterijen niet!
- Bescherm de insuline tegen direct zonlicht en tegen zeer hoge en lage temperaturen. Als je gaat vliegen, hou de voorraad insuline dan bij je en bewaar die niet in de bagage die misschien heel heet of koud wordt (in de bagageruimte van het vliegtuig).
Tegemoetkomingen voor de diabetespatiënt
Diabetespas:
Elke diabetiespatiënt met een Globaal Medisch Dossier kan gratis een diabetespas aanvragen. Het is een minidossier dat door de diabetespatiënt en zijn zorgverleners (de huisarts, de apotheker,de dietist(e), de podolo(o)g(e) wordt ingevuld. Er is terugbetaling voorzien voor consultaties bij de dietist(e) en/of de podolo(o)g(e).
Aanvraagformulier en voorwaarden op www.diabetespas.be.
Diabetesconventie:
Alle diabetes type 1 en alle diabetes type 2 patiënten met meer dan 2 insulineinspuitingen per dag komen in aanmerking voor de diabetesconventie. Dit is een overeenkomst tussen een ziekenhuis met een gespecialiseerd diabetesteam (internist en gespecialiseerde diabetesverpleegkundigen) en het RIZIV. Het RIZIV stelt fondsen ter beschikking om de diabetespatiënt een goede opleiding (ze noemen dit educatie) te geven alsook gratis teststrips. De educatie bestaat uit het aanleren van insulineinjecties, het correct meten van de bloedsuiker en het leren omgaan met praktische problemen.
Zorgtraject diabetes:
Patiënten die 'diabetes type 2' hebben, maar die toch één of twee insulinespuiten per dag nodig hebben, komen sedert 1 september 2009 in aanmerking voor een zorgtraject. Het is een contract tussen diabetespatiënt , de huisarts en de specialist. Gratis zelfzorgmateriaal (bloedglucosemeter, naalden en strips) bij de apotheker, gratis educatie en volledige terugbetaling van raadplegingen bij de huisarts en de specialist zijn voorzien. De voorwaarden en voordelen kan u vinden op www.zorgtraject.be.
Educatie en zelfzorg
Voor het programma ‘Educatie en Zelfzorg’ komen patiënten met diabetes type 2 in aanmerking die een behandeling starten of reeds volgen met inspuitbare incretinemimetica (Byetta, Victoza) of één enkele insuline-injectie per dag. Gratis zelfzorgmateriaal (bloedglucosemeter, strips en lancetten) bij de apotheker is voorzien. Het programma ‘Educatie en Zelfzorg’ kan niet gecombineerd worden met een zorgtraject of de diabetesconventie. Indien nodig kan de patiënt later wel overstappen naar een zorgtraject.
Extra voordelen bij uw mutualiteit:
Naargelang de mutualiteit waarbij je bent aangesloten, kan je als diabtetespatiënt van allerlei voordelen genieten bij de aankoop van een glucosemeter, glucosestrips, het griepvaccin en nog zoveel meer... Voor meer vragen hierover kan je altijd terecht bij je ziekenfonds. Een volledige lijst met de contactgegevens van alle ziekenfondsen vind je hier.