Aanmelden
E-mail:

Wachtwoord:

Registreer
Wachtwoord vergeten?
Nieuwsbrief
Navigatie

Osteoporose (botontkalking)

DOSSIER: OSTEOPOROSE

 

Wat is osteoporose?

Wat zijn risicofactoren voor osteoporose?

Hoe kan de diagnose van osteoporose en breuken gesteld worden?

Preventie en behandeling van osteoporose

 

Wat is osteoporose?

Osteoporose wordt gekenmerkt door een te lage botmassa en aantasting van het botweefsel, waardoor de botten breekbaarder worden. We spreken van een ‘te lage botmassa of osteoporose’ als de botdichtheid beduidend lager is dan de gemiddelde botdichtheid van de gezonde twintig tot dertigjarige.

botontkalking
    Figuur 1: Normaal bot vs. osteoporosebot

Bij gezond, jong bot is aanmaak en afbraak in balans. De piekbotmassa, de grootste hoeveelheid bot van een individu gedurende het leven, wordt tussen 20 en 30 jaar bereikt. Die piekbotmassa wordt voor 50-80% genetisch bepaald; geslachtshormonen, lichaamsbeweging, calcium, vitamine D en gezondheidstoestand bepalen de rest. Na het bereiken van de piekbotmassa begint de afname van de botdichtheid. Er treedt dan bij mannen en vrouwen een achteruitgang op van gemiddeld drie tot vijf procent per tien jaar. Afname van oestrogeen (= vrouwelijk hormoon) rondom de menopauzeleeftijd is verantwoordelijk voor een extra afname van de botdichtheid bij vrouwen (ongeveer twee procent per jaar, gedurende vijf tot tien jaar). Daarna bedraagt het botverlies ongeveer tien procent per tien jaar (en is weer gelijk aan de afname bij mannen). Na het 75’ste levensjaar bedraagt het verlies ongeveer drie procent per tien jaar.

 

Wat zijn risicofactoren voor osteoporose?

De aanwezigheid van een of meer risicofactoren gaat gepaard met een verhoogde kans op de ontwikkeling of de aanwezigheid van osteoporose. Ook bepaalde ziektes houden een verhoogd risico in. Veel van de vernoemde aandoeningen leiden tot een verminderde calcium- en vitamine D opname, met osteoporose als gevolg. Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle risicofactoren.

Risicofactoren Aandoeningen met verhoogd risico

- Hogere leeftijd

- Vrouwelijk geslacht

- Eerder opgelopen breuken

- Langdurig cortisonegebruik

- Breuken bij familieleden (vnl heupbreuk bij moeder)

- Laag lichaamsgewicht (< 60 kg)

- Te weinig beweging

- Vitamine-D-tekort

- Lage calciuminname (< 500 mg/dag)

- Vroege menopauze

- Gebruik van middelen tegen epilepsie

- Gebruik van slaapmiddelen*

- Roken

- Aandoeningen van de darmen

- Anorexia nervosa (magerzucht)

- Gestoorde ontwikkeling geslachtsklieren

- verhoogde werking bijschildklier

- Maagverkleining

- Syndroom van Cushing (uit zich o.a. door vollemaansgezicht en vetzucht o.a. door cortisone-inname)

- Reuma

 

* Slaapmiddelen zijn een oorzaak van meer valpartijen bij ouderen met meer breuken als gevolg.

De plaats waar breuken zich voordoen, verschilt bij mannen en vrouwen in functie van de leeftijd. Tussen 50 en 54 jaar zien we bij vrouwen in dalende rangorde: een verhoogd risico op polsbreuken, wervelbreuken, ribbreuken en breuken van de bovenarm. Bij mannen is het risico het hoogst op wervelbreuken, gevolgd door rib- en polsbreuken. Bij beide geslachten stijgt het risico op breuken door osteoporose met de leeftijd. Op de leeftijd van 85 tot 89 jaar zien we bij beide geslachten vooral heupfracturen (33% van de breuken bij mannen en 36% bij vrouwen).

Internationale studies tonen aan dat nagenoeg één derde van de personen van 65 jaar en ouder ten minste één keer per jaar vallen; 5% van deze valpartijen gaan gepaard met een breuk. Breuken t.h.v. de heup hebben de zwaarste gevolgen: 10 tot 20% sterfgevallen, slechts 20 tot 60% van de overlevenden wordt weer even onafhankelijk als tevoren, 15 tot 25% verblijft voortaan in een instelling en 25 tot 35% keert terug naar huis maar blijft hulpbehoevend. Wervelbreuken leiden slechts in 10% van de gevallen tot ziekenhuisopname, maar kunnen erge pijn teweegbrengen en de levenskwaliteit doen slinken.

Hoe kan de diagnose van osteoporose en breuken gesteld worden?

Met röntgenfoto’s kan men de diagnose van osteoporose niet stellen, tenzij er duidelijk breuken zijn. Botdichtheidsmeting is daarvoor een beter onderzoek. Daarbij wordt de hoeveelheid “mineraal” in het bot gemeten. Te lage botmineraaldichtheid (BMD) gaat gepaard met een verhoogde kans op breuken. Aangezien een botmeting relatief duur is en niet altijd de kans op een breuk juist kan inschatten, zal men een dergelijke meting pas doorvoeren als het risico op breuken relatief groot is; m.a.w. bij een totale risicoscore ≥ 4 (deze score berekent men volgens onderstaande tabel).

Risicofactor

Score

MANNEN EN VROUWEN

Doorgemaakte wervelbreuk

Langdurig gebruik van cortisone

 

 

4

4

VROUWEN

Breuk doorgemaakt na 50 jaar

Leeftijd > 70 jaar

Leeftijd > 60 jaar

Heupbreuk bij een eerste graads familielid

Gewicht

Ernstige immobiliteit

 

4

2

1

1

1

1

 

Preventie en behandeling van osteoporose

De behandeling van osteoporose is gebaseerd op vier onderdelen: leefregels, lichaamsbeweging en valpreventie, calcium- en vitamine-D-supplementen bij tekorten en therapie met geneesmiddelen.

 

Hygiënische maatregelen

  • Het handhaven van normaal gewicht, matigen van alcoholgebruik,
  • stoppen met roken en nastreven van voldoende lichaamsbeweging, zijn zeer belangrijk in de preventie van osteoporose.
  • Voldoende bewegen is noodzakelijk voor het instandhouden van gezond bot. Veel lichaamsbeweging helpt een normaal gewicht te behouden. Bij een normaal gewicht is de botdichtheid gemiddeld hoger dan bij een laag gewicht.
  • Vrijwel elke breuk wordt voorafgegaan door een val. Valpreventie verdient dus zeker de nodige aandacht. Probeer bij ouderen uit uw omgeving op volgende aspecten te letten:
    • Dragen ze goed aansluitend schoeisel?
    • Kunnen ze nog relatief vlot de trap op of af? Is er een trapleuning voorzien?
    • Ligt de vloerkleding overal voldoende vast? Kunnen ze niet struikelen over omgekrulde tapijthoeken?
    • Ziet de persoon in kwestie voldoende? Moet de brilsterkte niet opnieuw worden ingesteld?
    • Gebruikt de persoon in kwestie een slaapmiddel? Drinkt hij of zij vaak alcohol. Probeer de persoon in kwestie erop te wijzen dat dit de kans op vallen verhoogt.

 

Calcium en vitamine D

Naast advies over goede voeding en voldoende blootstelling aan de zon zullen supplementen van calcium, al dan niet gecombineerd met vitamine D, nodig blijken. Let wel, gebruikelijke calcium- en vitamine-D-supplementen vormen geen behandeling van osteoporose, enkel een preventie!

Calciumis een essentieel element en vooral bij oudere personen zou de dagelijkse inname vaak onder de behoefte liggen. De dagelijkse calciumbehoefte bij personen ouder dan 65jaar is 500mg – 1500mg calcium per dag. Een dosis van 500 tot 1000 mg calcium als supplement wordt daarom ook aanbevolen. Een deel nemen we sowieso met de voeding op. Er wordt aangeraden niet hoger te doseren dan 1500 mg/d. Eigenlijk wordt een supplement best reeds ingenomen vanaf de leeftijd dat de botafbraak het wint op de botaanmaak; m.a.w. vanaf 30 à 35 jaar!

Welke vorm van calciumzout (calciumcarbonaat en calciumcitraat) men gebruikt heeft niet zoveel belang. Enkel aan patiënten die maagzuurremmers innemen wordt aanbevolen om calciumcitraat in plaats van calciumcarbonaat toe te dienen om een goede opname van calcium in het bloed te hebben.

De toediening gebeurt bij voorkeur ’s avonds. De kans op botafbraak is namelijk groter wanneer je niet beweegt. Indien er echter op dat moment voldoende calcium in het bloed aanwezig is zullen de botafbrekende cellen minder geneigd zijn om calcium uit het bot te gaan halen (en dus het bot af te breken).

Vitamine D bepaalt de mate van calciumabsorptie in de darmen en is noodzakelijk voor een optimale spier- en zenuwfunctie. Vitamine D tekort komt veelvuldig voor bij vrouwen na de menopauze. Voornaamste oorzaken voor vitamine D tekort zijn onvoldoende vitamine D in de voeding, te geringe blootstelling aan zonlicht en afnemende vitamine D synthese in de huid met het stijgen van de leeftijd.

Best dient men 10 microgram vitamine D3 (= colecalciferol) per dag (400IE) toe. Bij ernstige tekorten kan een hogere dosis, nl. 20 microgram (800 IE) worden geadviseerd.

Algemeen kan men stellen dat calcium- en vitamine D supplementen aan te bevelen zijn als een algemene maatregel bij patiënten met een matig tot hoog risico voor breuken, zoals ouderen boven de 70 jaar met een lage botdichtheid, personen die in een instelling verblijven, bij patiënten met een chronische darmaandoening en bij patiënten die bepaalde medicatie langdurig gebruiken (zoals bijvoorbeeld cortisone). Hierover kan u altijd raad vragen aan uw arts of apotheker.

Bij patiënten met een hoog risico op breuken kunnen calcium- en vitamine D supplementen behandeling met geneesmiddelen (zie verder) niet vervangen. Calcium en vitamine D supplementen vormen wel een volwaardig deel van deze therapie en zijn dan ook zeker een nuttige en nodige associatie. Voor een juist innameschema van calcium samen met producten zoals alendronaat verwijzen we naar de rubriek B.3. en naar de bijsluiters van de geneesmiddelen.

 

Specifieke therapieën

Bifosfonaten

Bisfosfonaten zijn krachtige remmers van de botafbraak. Deze groep van geneesmiddelen bevat o.a. producten als alendronaat , etidronaat en risedronaat .

Soms wordt alendronaat gecombineerd met vitamine D.

Bifosfonaten worden gebruikt wanneer men al osteoporose heeft, maar ook preventief, met name door vrouwen met een verhoogd risico op osteoporose (vb. bij gebrek aan oestrogeen na de menopauze). Bifosfonaten worden ook voorgeschreven bij mensen die langdurig cortisone gebruiken.

Bifosfonaat wordt na inname in de botten opgenomen en hecht zich aan de botkristallen. Tijdens het natuurlijke proces van botafbraak kunnen deze kristallen dan niet makkelijk oplossen. De kans op (nieuwe) botbreuken neemt bijgevolg af.

Het is zeer belangrijk dat bifosfonaten op een juiste manier worden ingenomen om voldoende opname van het product te verzekeren. Daarom moeten deze producten nuchter worden ingenomen, m.a.w. ½ uur voor of 2 uur na het eten of de inname van andere geneesmiddelen. Het product mag niet worden ingenomen met mineraal water maar wel met (verzacht) leidingwater. Ook inname met koffie, melk of sinaasappelsap vermindert de opname met 60%!

Na inname moet de patiënt ten minste ½ uur rechtop zitten of staan om de kans op slokdarmbeschadiging te verkleinen (bij liggen kan de maaginhoud met werkzame stof terugstromen en de slokdarm aantasten!).

Pas wanneer een ½ uur na inname iets werd gegeten, kan men eventueel gaan liggen.

Calcitonine

Calcitonine is eveneens een remmer van de botafbraak, en is beschikbaar als het synthetische zalmcalcitonine (synoniem = salcatonine) voor toediening via inspuiting of via de neus. Meerdere studies bij vrouwen na de menopauze tonen een gunstig effect op de botdichtheid. Of het ook help om breuken te voorkomen is niet duidelijk.

Raloxifen

Raloxifen remt eveneens het botverlies na de menopauze door in te werken op receptoren die normaal oestrogeen moeten binden. Het effect van raloxifen op de wervelfracturen treedt op binnen het eerste jaar van behandeling. Het effect is van dezelfde grootte-orde als dat van de bisfosfonaten. Tevens zou Raloxifen het risico op bepaalde borsttumoren doen verminderen.  Anderzijds verhoogt raloxifen het risico op trombose; net als andere producten die inwerken op de receptoren van oestrogeen.

Tibolon

Tibolon is een synthetisch hormoon. Met tibolon is een gunstig effect op de botdichtheid aangetoond, maar men is niet zeker of dit ook een effect heeft het optreden van breuken door osteoporose. Daarenboven zou tibolone ook het risico op borstkanker kunnen verhogen. Een regelmatige opvolging is dan ook noodzakelijk!

Teriparatide

In bepaalde gevallen, wanneer andere geneesmiddelen niet helpen, zal de arts teriparatide inspuiten. Het wordt soms ook gegeven aan mannen of vrouwen die lange tijd cortisone moeten innemen.

Produkten op basis van planten:

Plantaardige middelen zoals rode klaver, soja  en zilverkaars, allen plantaardige oestrogenen, zouden volgens sommige studies een positief effect hebben op de botdichtheid. Of dit ook daadwerkelijk de kans op breuken vermindert, is tot nog toe niet overtuigend aangetoond.

 BRONNEN